Fijne motoriek

Wat is fijne motoriek?
De ontwikkeling van de motoriek vindt plaats in interactie met sensorische en cognitieve functies. Motoriek word meestal onderverdeelt in grove en fijne motoriek. Fijne motoriek word gedefinieerd als het nauwkeurig gebruik van de hand. Dit omvat alle gecoördineerde acties die uitgevoerd worden met de hand en of duim en vingers zoals pakken, manipuleren en het loslaten van voorwerpen. De hand is een veelzijdig instrument dat gebruikt kan worden voor veel  verschillende taken in het dagelijks leven waaronder, eenhandige vaardigheden (zoals tanden poetsen), tweehandige vaardigheden (bijvoorbeeld een deksel van een potje open maken), het gebruik van gereedschap (een schaar of potlood)  en de manipulatieve vaardigheden (bijvoorbeeld een kraal inde hand zo positioneren dat de draad erin gestoken kan worden). Bij al deze handvaardigheden zijn krachtdosering, juiste bewegingsvolgorde en het aansturen van vingermotoriek belangrijk

Wat als er moeilijkheden zijn binnen de fijne motoriek?
De fijne motoriek ontwikkelt zich in verschillende fases. Tot de leeftijd van vier jaar gebeurt dit met name op basis van neurologische groei en leerervaring. Tussen de drie en zes jaar begint het kind controle te krijgen over de fijne handspieren waardoor het beter kan manipuleren en de samenwerking van de handen toeneemt. Kinderen met fijnmotorische problemen blijven vaak twee handen gebruiken. Ze laten vaker voorwerpen vallen, gebruiken primitievere grepen tijdens bij het vasthouden van een potlood en kiezen steeds een andere strategie zodat niet één efficiënte uitvoering word gebruikt. Ook na het zesde jaar gaat de ontwikkeling van de fijne motoriek door, zelfs tot op volwassen leeftijd. Bij het leren van allerlei nieuwe fijn motorische handelingen geldt: om handiger te worden moet je
veel oefenen. Alleen taken die geoefend worden verbeteren: de
beweging word nauwkeuriger, efficiënter, sneller en vloeiender uitgevoerd.

Wat doet ExTRA binnen de fijne motoriek?
Moeilijkheden binnen de fijne motoriek is niet altijd als een motorische achterstand te herkennen. Signalen kunnen namelijk heel verschillend zijn of niet direct gekoppeld worden aan de motoriek. Schrijfproblemen, concentratieproblemen, rusteloosheid en vermoeidheid kunnen namelijk ook duiden op een achterstand in de motorische ontwikkeling. ExTRA zoekt uit ,zowel binnen de fijne motoriek als daarbuiten, wat er precies moeizaam gaat en wat hiervan de oorzaak is. Hierbij kijk ExTRA naar het kind in zijn geheel niet alleen naar datgene wat moeizaam gaat. Deze onderzoeksfase zal afhankelijk van de vraag een aantal behandelingen duren. Van daaruit zal er een passend behandelplan opgesteld worden door functiegericht en activiteitengericht te gaan oefenen zodat fijn motorische handelingen die moeilijk zijn makkelijker of zelfstandig uitgevoerd kunnen worden.